RISOTTO MET SPINAZIE EN SINAASAPPEL

Ik deelde laatste een foto op Instagram van mijn avondeten. (zoals ik wel vaker doe) En meteen waren er drie mensen die het recept graag wilde hebben. Dus besloot ik om het dan ook maar op de blog te zetten.

Een jaar geleden kreeg ik dit recept van een vriendin van mijn eetclub. En ik heb het sindsdien al een paar keer gemaakt. Volgens mij komt het recept uit het boek De Snelle Vegetariër. Maar dit is hoe ik het maak.

Risotto is redelijk nieuw voor mij. Ik had het echt nog nooit gegeten tot anderhalf jaar geleden. Voornamelijk omdat ik altijd hele enge verhalen hoorde over hoe moeilijk het is om een goede risotto te maken. Ik durfde me er dus niet aan te wagen. Maar de moeilijkheidsgraad van risotto valt echt reuze mee. Je hebt alleen wel een flinke dosis geduld nodig. (iets wat ik niet altijd heb overigens) Ik ben dus absoluut geen risotto expert, maar één ding weet ik wel zeker; risotto moet druipen. Je ziet het soms heel mooi opgemaakt in een perfecte vorm, als de risotto zo goed blijft staan dan is hij niet goed gemaakt. Het hoort echt een soort papje te zijn. Ik denk dat je de textuur het beste kan vergelijken met een havermout papje die iets aan de stevige kant is.

Sinds ik risotto ontdekt heb eet k het overigens echt super graag. Ik hou echt van recepten waar je eindeloos mee kan variëren. En risotto is hier heel geschikt voor.

Om de basis van een risotto goed uit te kunnen leggen heb ik er wel even een kookboek over rijst bijgehaald. Zo weten we zeker dat wat ik zeg over het maken van risotto ook echt waar is 😉

Elke risotto heeft dezelfde basis, zowel in ingrediënten als in stappen. Met de ingrediënten kun je eindeloos variëren (als je het mij vraagt), met de stappen niet.
Je begint altijd met het maken van een bouillon. Pas op dat deze niet te zout is, dat is zonde van je risotto.
Vervolgens fruit je een ui en misschien wat knoflook in een pan met dikke bodem. Die pan met dikke bodem is best belangrijk omdat anders je risotto aan de bodem blijft plakken.
Schep hier vervolgens de rijst doorheen en bak even mee totdat de korrels glazig zijn. Ze zijn nu bedekt in genoeg vet om niet aan elkaar te blijven plakken.
Nu kun je de eventuele alcohol toevoegen (dit verschilt per recept).
Het toevoegen van de bouillon is de grootste klus van het maken van een risotto. Je moet dit namelijk stapje voor stapje doen en er de hele tijd bij blijven. (ik laat dit vaak door m’n vriend doen, want die heeft wat meer geduld.)
Voeg telkens een soeplepel bouillon toe (hoewel de hoeveelheid natuurlijk afhankelijk is van de hoeveelheid risotto die je bent aan het maken. Maar voor vier personen is een soeplepel prima.)
Als je de bouillon hebt toegevoegd blijf je roeren totdat de rijst het vocht heeft geabsorbeerd. Je rijst blijft een beetje vochtig, blijf dus niet wachten totdat het helemaal droog is.
De beste manier om te testen of je risotto klaar is voor de volgende lading bouillon is door de lepel in een rechte lijn door de risotto te halen (laat hem de bodem raken) Als je risotto in een keer weer inzakt moet je nog even wachten. Glijdt hij langzaam weer naar elkaar toe dan kun je de volgende soeplepel bouillon toevoegen.
Dit herhaal je totdat je bouillon op is.
Het roeren doe je altijd met een houten pollepel. Want die worden niet heet, dus verbrand je je handen niet als je een half uur zo’n lepel moet vasthouden om te blijven roeren. Plus ze beschadigen de rijstkorrels niet. In tegenstelling tot een metalen lepel.
Een kunststof pollepel zou dus ook kunnen, mits hij de hitte aankan.
Als al je bouillon op is voeg je de overige ingrediënten toe, zoals groenten e.d.

Lees van te voren natuurlijk altijd even goed het recept door, want wanneer je wat precies moet toevoegen kan per recept enigszins verschillen.

Okay, nu je de basis kent kun je aan de slag met het recept. Komtie:

Benodigdheden voor 4 personen

300 gram risottorijst
1 rode ui
4 tenen knoflook (+1 voor de asperges)
1 sinaasappel
2 eetlepels olijfolie
750 ml bouillon
100 ml droge witte wijn
130 gram zachte geitenkaas
300 gram spinazie
350 gram groene asperges

Bereiding

De groenten

Meng de spinazie met ongeveer ¾ van de geitenkaas in een keukenmachine tot een puree. Zet daarna opzij.
Snij de houterige uiteindes van de asperges en gooi in de prullenbak. Snij vervolgens de asperges in stukken. Het mogen best flinke brokken zijn.
Meng daarna de olijfolie met een teentje geperste knoflook.
Meng hier vervolgens de asperges doorheen.
Bak deze in een grillpan en zet daarna opzij.

De risotto

Maak de bouillon.
Snij de ui zo fijn mogelijk en fruit deze samen met de knoflook in een pan met dikke bodem.
Rasp de sinaasappel erover en laat ongeveer 3 minuten mee fruiten.
Voeg de rijst toe en laat ongeveer 1 minuut meebakken totdat het glazig is.
Voeg de witte wijn toe en laat een beetje inkoken.
Voeg nu al roerend soeplepel voor soeplepel de bouillon toe. Wacht na elke soeplepel totdat de rijst al het vocht heeft opgenomen voordat je de volgende lepel toevoegt. Blijf de rijst ondertussen langzaam doorroeren.
Als de bouillon op is en de rijst heeft het allemaal opgenomen voeg je het spinazie mengsel toe. (en eventueel de asperges, maar die kun je er ook los bovenop serveren.)
Proef nu of je nog wat sinaasappelsap of peper wil toevoegen.
Serveer de risotto met de gegrilde asperges en de geitenkaas erboven op.

Eet smakelijk!

Leave a Comment

AlphaOmega Captcha Classica  –  Enter Security Code